Kies het antwoord dat het dichts in de buurt komt bij jouw aanpak => wees echt eerlijk!
Je kind is betoverd door een nieuwe passie: paarden. Het gevolg: alleen nog maar paardenpraatjes & ponyplaatjes. Hoe reageer je?
a. Ik ben een en al oor. We lezen samen boeken over paarden en bezoeken een manege.
b. Ik ken nog wel een moeder van een kind dat op paardrijles zit. Misschien kan die van mij een keertje mee.
c. Ik besteeds er weinig aandacht aan, waarschijnlijk waait het wel weer over.
Geef jij altijd het goede voorbeeld in je taalgebruik?
a. Eh… Volgende vraag!
b. Meestal wel, maar ik ben verd*mme ook maar een mens.
c. Ja, uit mijn mond komt hooguit ‘Potverdriedubbeltjes’ of ‘Chips’.
Je kind is iets lekkers voor je aan het maken in de keuken. Als je even een kijkje komt nemen, kijkt je kind je aan met een poedersuiker gezichtje & een klodder jam in zijn haar. ‘Mam, het is bijna klaar!’ roept hij enthousiast vanuit een enorme bende. Hoe reageer je?
a. Ik zeg dat ik heel beniuewd ben naar wat mijn eigen bakkertje gemaakt heeft (al springt het glazuur straks van m’n tanden). Daarna ruimen we samen de boel wel op.
b. Met kromme tenen laat ik het hem afmaken en roep: ‘Als je maar weet dat je straks alles zelf moet opruimen!’
c. Ik kan het niet aanzien en ontplof! Stoppen en opruimen, en wel nu!
Je hebt met je iets te enthousiaste gamer afgesproken dat hij 1 uur per dag mag computeren. Vandaag is dat ene superdrukke vriendje op bezoek, die je de vorige keer steeds moest terugfluiten. Samen zijn ze nu al 1 uur zoet met een nieuwe game. Z’n moeder komt ‘m over 3 uur op halen…
a. Ik laat ze voor deze keer zo lang gamen als ze maar willen, drie uur is véél te lang om politieagent te spelen.
b. Ik doe net of ik de tijd vergeten ben en laat ze nog wat langer doorspelen. Ik geniet nog even van de rust.
c. Regels zijn regels. Ze moeten maar wat anders gaan doen, ook al moet ik mijn politiepet weer opzetten.
Je bent druk bezig met het inladen van de auto voor een midweekje weg. Je hebt nog een heel lijstje af te werken voordat je weg kunt. Je kind verveelt zich te pletter en zoemt als een irritante vlieg om je heen. Wat doe je?
a. Ik vraag of hij ook een lijstje wil maken, door het tekenen van zijn spulletjes die hij zelf wil meenemen. Daarna geef ik hem een dikke pluim omdat hij zo goed heeft ‘meegeholpen’.
b. Ik zeg dat hij maar even in de auto moet gaan DS’en. Hoe langer hij rustig speelt, hoe eerder we weg kunnen.
c. Ik ga nu echt geen spelletjes verzinnen, ik heb al genoeg te doen. Wegwezen hier of ik pak de vliegenmepper!
Hoe vaak besteeds je échte 1-op-1 tijd met je kind? => Zoals samen spelen, kletsen of knuffelen?
a. Dat komt er eigenlijk niet zo van. Druk, druk, druk.
b. Dat gebeurt meestal een beetje tussen de bedrijven door.
c. Iedere dag, daar maak ik graag tijd voor vrij.
Je kind speelt thuis met een klasgenootje. Ze spelen een bordspel, maar krijgen na een tijdje ruzie over de spelregels. Met het stoom uit hun oren zitten de 2 mopperpotjes te mokken. Ontploffings gevaar! => Wat doe je?
a. Ik probeer ze samen een oplossing te laten bedenken, zoals om en om de regels bepalen of samen een nieuwe regel bedenken.
b. Ik speel voor scheidsrechter en stel voor het spel te spelen volgens mij regels. Zo, brandje geblust.
c. Ik doe niks, dat soort ruzietjes horen er nu eenmaal bij.
Je hebt nu al een paar keer gezegd dat je kind niet met zijn nieuwe stuiterbal in de woonkamer mag spelen. Maar hij kan er maar niet vanaf blijven & probeert het heel zachtjes te doen => wat doe je???
a. Ik zie het voor deze ene keer door de vingers, omdat hij hem net heeft. Ja, ik snap dat gewoon zó goed.
b. Ik probeer hem af te leiden met een leuk tv-programma en verstop intussen de ball. Probleem opgelost!
c. Niet luisteren = inleveren! Morgen is er weer een dag.
Benieuwd naar de scores? Klik hier voor jouw resultaat.




